This is default featured slide 1 title
This is default featured slide 2 title
This is default featured slide 3 title
This is default featured slide 4 title
This is default featured slide 5 title



Introduction to Wat Phra Dhammakaya




Lezing LP Sander: Wat is respect? – deel 1




Lezing LP Sander: Wat is respect? – deel 2




Lezing LP Sander: Wat is respect? – deel 3




Wistjedatjes: over buigen en andere gebruiken

Over buigen en andere gebruiken

Diegenen die voor het eerst naar ons klooster komen, zullen zich misschien verbazen over een aantal gebruiken daar. Veel gebruiken zijn ogenschijnlijk exotisch, maar zijn wellicht inhoudelijk niet zo verschillend als onze gebruiken.
Allereerst zal u meteen opvallen dat vóór en na lessen en begeleide meditaties wordt gebogen. In het begin wordt er eerst gebogen voor het altaar, en dan voor de monnik, op het einde is dit andersom.

Veel mensen vinden het vreemd om te buigen; in het westen voelen we hier een soort weerstand voor, die misschien teruggeleid kan worden tot de kritische houding ten aanzien van het vereren van idolen in het Christendom. In veel Aziatische culturen is het buigen op de grond echter vanouds een manier om respect te betuigen ten aanzien van personen of bepaalde idealen, met de intentie te willen leren. Traditioneel wordt dit wel vergeleken met een theepot en een kop, waarbij de theepot natuurlijk hoger moet worden gehouden, en de kop lager, om in de kop de thee te kunnen schenken. Zo ook is het Boeddhabeeld of de monnik de vertegenwoordiger van een eeuwenoude traditie van wijsheid, die duizenden jaren lang is doorgegeven van leraar tot leerling, waarvan we kunnen leren. Een gebruik als het buigen moet dus niet als een vorm van boetedoening worden beschouwd, maar eerder als een uitdrukking en bevestiging van je bereidheid om te leren en groeien in menselijkheid.

Tevens zal het u wellicht opvallen dat een aantal mensen de monniken in het passeren groet met gevouwen handen (dit wordt wel ‘anjali’ genoemd). Ook dit is een gebruik om je aandacht voor de monnik en de traditie waar de monnik voor staat te bewaren. En zo zijn er wel meer gebruiken die ons niet zo bekend zijn, waarmee bepaalde waarden van aandacht en respect worden uitgedrukt. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat onze cultuur degelijke gebruiken in het geheel niet kent; sommige zaken zijn echter in de vergetelheid geraakt, andere zaken worden nét wat anders uitgedrukt. Niettemin kunnen we leren van elkaars verschillen, en ontdekken dat er achter degelijke verschillen prachtige waarden en idealen verborgen liggen.




The Freezing Homeless Child! (Social Experiment)




Wistjedatje: Wie is wie in Wat Phra Dhammakaya?

Wie is wie in Wat Phra Dhammakaya

Luang Pu
gebruiken we voor Luang Pu Wat Paknam, de meditatiemeester die de principes van Dhammakaya-meditatie ontdekte in 1917. Luang is een woord dat respect aangeeft, en Pu betekent ‘grootvader’.

Luang Pho
gebruiken we voor Luang Pho Dhammajayo, de huidige abt van Wat Phra Dhammakaya in Thailand en belangrijkste meditatiemeester. Pho betekent ‘vader’.

Luang phi
is een algemene aanspreekvorm voor monniken, die meestal samen met de voornaam (‘Luang phi Ruben’) of samen met de ordenaam van een monnik wordt gebruikt (‘Luang phi Visālo’). Phi betekent ‘broeder’. Soms wordt ook wel ajan gebruikt, hetgeen ‘leraar’ betekent.




Interessante website

Voor wie iets meer wil weten over het Theravada Boeddhisme kan al heel veel informatie vinden op deze site: http://www.accesstoinsight.org/

Een aanrader!




Wistjedatje: wat zijn tempelwachters?

Wistjedatje: wat zijn tempelwachters?

Veel mensen stelden ons de vraag wat tempelwachters nu eigenlijk zijn. We trokken voor een duidelijk antwoord ten rade bij Luangh Phi Sander. Hier zijn antwoord:

‘In het Boeddhisme gelooft men dat we als mensen niet alleen op Aarde zijn, maar dat er ook wezens zijn die van meer verfijnde aard zijn, die we niet kunnen zien. (Wat de meeste mensen geesten of spoken noemen, maar het ligt natuurlijk subtieler dan dat.) Tempelwachters als deze staan voor deva’s, of wezens die dicht bij de mens wonen, onzichtbaar zijn voor onze ogen. Het wordt verondersteld dat dergelijke wezens vaak bepaalde plaatsen bewaken, waaronder ook tempels. De reden waarom in Boeddhistische tempels deze standbeelden staan is historisch. Vanouds her werden deva’s namelijk vereerd en om gunsten gevraagd (bijv. goede oogst, gezonde kinderen, enz.). Mensen hadden beelden van de deva’s bij hen thuis staan en in tempels stonden ze op een centrale plaats. Toen het Boeddhisme in het Verre Oosten zijn ingang vond, werden de deva-standbeelden een respectabele plaats gegeven als wachter, en een Boeddha-beeld werd centraal in de tempel geplaatst. Dat is natuurlijk kenmerkend voor een periode van verandering van religie, maar er zit ook wel een gedachtegang achter. In het Boeddhisme staat namelijk verering van iemand of iets altijd in dienst van een leerproces: als je er niets van kunt leren, heeft het geen nut te vereren. De Boeddha en zijn leerlingen werden en worden beschouwd als leraren van wiens levenswandel en leringen men iets kan leren, terwijl ene deva een dergelijke rol niet kan vervullen. Dus krijgt de deva een plaats bij de ingang, als een verwijzing naar een vroegere periode van geloofsbelevenis.’

DSCN2554

 




Uit de krant van vandaag

gevonden in het Laatste nieuws van vandaag
hln